Corona chronicles

Overleven in de coronacrisis, mei 2020
Geen eenzaamheid door isolement binnen de vereniging
Een paar weken geleden hebben we afscheid genomen van onze oudste bewoner, Dick, van 88 jaar, waarvoor we warm én volledig coronaveilig werden onthaald in de Hofkerk. De bijdragen van zijn kinderen en kleinkinderen waren ontroerend: zo’n vader en opa die er voor hen was en alles kon bouwen en repareren. Een “lange, eigenzinnige, creatieve, lieve man” schreef zijn echtgenote op de kaart.
Dick wilde acht jaar geleden helemaal niet verhuizen naar het appartement binnen de woonvereniging: “Niet naar een bejaardenwoning! Niet zonder schuur en zolder!”. Maar kort daarvoor had hij zijn eerste cva gehad en zijn echtgenote is veel jonger en maatschappelijk volop actief. Zij had nog de energie om door te zetten en uiteindelijk deed Dick van harte mee. Hij ging
biljarten met de mannen, werd lid van de leesclub en voegde zich natuurlijk ook bij de schildergroep op de dinsdagochtend. Doof als hij was kon hij bij de feestelijke maaltijden geen gezellige tafelgenoot zijn, maar zelf zat hij toch te genieten. Helaas kwam aan dit alles een einde vanwege de onherstelbaar grote beschadigingen door zijn volgende cva. Kort voor de coronacrisis is hij in het verpleeghuis opgenomen en daar is hij eind juni overleden. Niet gestorven aan corona zelf, maar het sociale isolement deed hem zeker geen goed. Hij werd nog stiller dan hij altijd al was en raakte steeds meer in zichzelf gekeerd.

Dat doet ons opnieuw voelen hoe belangrijk sociale omgang is en hoe rijk wij zijn. Als je hier woont, raak je niet geïsoleerd. De vereniging heeft een grote ontmoetingsruimte, waar normaliter vrijwel de hele week mensen met elkaar bezig zijn. In de grote paniek in maart is alles stopgezet, op één ding na, de mogelijkheid om ’ s ochtends met elkaar koffie te drinken, voor wie dat wil. Door een kleine groep leden is gewikt en gewogen tot ze een oplossing vonden, waar het RIVM haar goedkeuring aan heeft gegeven. Dat was ook fijn voor de thuiswerkers onder ons: toch even een loopje mogelijk naar een koffiekamer.

Terug naar begin maart

Eind maart, nieuwe initiatieven in en om huis en verrassing
van ons buurmeisje


Nu zoveel is stilgevallen, zoeken we elkaar vaker op voor een praatje of een zitje op onze brede galerijen. Er is altijd wat op te schonen in de plantenbakken daar. Ook de ruime hal beneden blijkt een goede hangplek in coronatijd en natuurlijk de tuin.

De tuinwerkgroep heeft zich gesplitst in kleine groepjes en er nestelen zich nu veel vaker mensen in de twee stoelen die uitnodigend klaar staan. Op de jeu de boules baan naast de tuin spelen hoogstens een paar boulers tegelijk, tête a tête, ieder voor zich, ze lopen in ruime bogen om elkaar heen. Het meten van de afstand tussen boules en buutje nemen ze niet zo nauw, ze doen het op het oog of ze werpen overnieuw. Het blijft evengoed leuk.


Op een dag ligt er een tekening in alle brievenbussen, allemaal anders, allemaal vol mooie kleuren.
Ze blijken van Mara, een klein meisje aan de overkant , die ons wil opvrolijken en haar moeder oppert de tekening op het raam te plakken, zodat we even naar elkaar kunnen zwaaien. Iedereen doet van harte mee, ook de bewoners van zorginstelling Gemiva die het gebouw met ons delen.

Weken later, als iemand ontdekt dat Mara op berenspeurtocht gaat, komen bij ons uit alle hoeken en gaten beren te voorschijn. Reinie, een van onze leden, stuurde hierbij een email rond.
“Mijn beertje staat in de vensterbank. Het is een beertje met een verhaal.
Toen ik tijdens de verhuizing naar de woonvereniging aan het opruimen was, vond ik ergens het eerste beertje van onze zoon. Hij wilde het niet hebben, onze dochter ook niet en ik dacht: je kan niet alles bewaren: Het beertje belandde in onze eigen kliko. ‘s Nachts droomde ik, dat ze langs de
zijkant omhoog klom en steeds terug viel. Uiteindelijk was ze bij het deksel. Ze sloeg ertegen en gilde: IK WIL ERUIT, IK WIL ERUIT. Toen ik wakker werd heb ik haar eruit gehaald en lekker gewassen.
Ze zit al jaren bij me op de bank. Nu zit ze zielsgelukkig op de vensterbank, dolblij dat ze weer iets voor kinderen kan betekenen”.


Het ene verhaal roept het andere op, de “schrijvers” in de groep verrassen met een eigen bijdrage in de mailbox. Intussen dringt het drama van de doorgedraaide bloemen natuurlijk ook tot ons door.
Een huisgenoot gaat met armen vol verse tulpen langs alle deuren: “een beetje van de teler, een beetje van mij”. Zo houden we samen de moed erin.
Pasen en sporten
Pasen dreigt stil en guur te worden en we zitten nu al een maand in quarantaine. Hoe lang gaat het nog duren? De fut gaat er een beetje uit.

Maar weer laten (jonge) medebewoners uit de wijk merken,
dat ze met ons meeleven. Als de paasdagen er aan komen, verschijnen er overal vrolijke wensen en versieringen op de straten en stoepen om het gebouw en dat doet ons geweldig goed.

In mei een nieuw bericht voor wie wil: we kunnen samen buiten bewegen, op de galerijen, vele meters uit elkaar. Beneden staat tijdelijk een auto waar passende muziek uit schalt bij elk onderdeel.
Ook heel kwetsbare leden van de vereniging komen er voor hun woning uit en zelfs bewoners en medewerkers van Gemiva. Huisgenoten Mirjam en Miranda leiden ons door warming up, alle spieren even raken, helemaal los gaan, tot heel verantwoord stretchen en ontspannen. Het kikkert zo enorm op, dat het tijdelijke sportteam zich inzet om het elke week te organiseren, zolang het in hun agenda past. En veilig ver over de galerij, praten we na afloop weer even bij met degenen die strikt quarantaine houden.
Geleidelijk terug naar het nu
We bewegen mee met de rest van de samenleving, stap voor stap naar het nieuwe, anderhalvemeter-normaal. Een huisgenoot heeft mondkapjes genaaid voor wie wil. Gelukkig gaat er steeds meer open in de stad en op de fiets kom je overal. In onze tuin passen best veel mensen op anderhalve meter, we maken er het beste van!

We volgen net als iedereen ongerust het coronanieuws en proberen onze weg te zoeken; de informatie moet nog indalen. Ieders activiteiten buitenshuis liggen vrijwel direct stil, daardoor is de behoefte om elkaar thuis te blijven ontmoeten des te sterker. We wonen hier immers juist om de eenzaamheid vóór te zijn. Meteen nemen Miranda en Frans de eerste initiatieven voor extra hygiënemaatregelen en een andere opstelling van het meubilair in de gezamenlijke ruimte. Het bestuur last een extra vergadering in, de leesclub bespreekt nog vol vuur het uitgekozen boek, Mazzeltov van Margot Vanderstraeten.
Maar er zijn al twijfels en afzeggingen. Ook op de wekelijkse spelletjesavond en de schilderochtend blijven de leden met een zwakke gezondheid weg. Het klaverjassen en de creamiddag zijn uit voorzorg meteen gestopt. Een week later gaan ook de interne yogalessen, gegeven door eigen leden, niet meer door. Alle plannen voor gezamenlijke maaltijden en happy hours zijn geschrapt.
Het wordt akelig rustig….